Boekenmonster las De avond is ongemak

Jas is tien jaar als haar broer tijdens het schaatsen door het ijs zakt en verdrinkt. Deze gebeurtenis heeft grote impact op het gereformeerde boerengezin. Elk van de gezinsleden gaat op hun eigen manier met het verlies om. Vader en moeder hebben in hun verdriet nauwelijks aandacht meer voor hun andere kinderen en Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ontsporen daardoor steeds verder.

thema’s: rouw, dood, boerengezin, geloof

Let op: dit artikel bevat spoilers.

Schrijfstijl. De schrijfstijl is meteen opvallend door de complexe en lange zinnen die de auteur gebruikt, zoals:

Als we geen vangst hadden, hield vader zijn handen stijf in zijn broekzakken, dan was er niets wat om een beloning vroeg, anders dan wanneer we beethadden en we met een verroeste schroevendraaier de dubbelgeklapte bebloede lijfjes uit de klemmen peuterden, wat ik voorovergebogen deed zodat vader niet zag dat er tranen over mijn wangen gleden bij de aanblik van een klein leven dat nietsvermoedend in de val was gelopen.

Uit: De avond is ongemak, blz 20/21

Samenvatting
Het boek begint met een motto van Maurice Gilliams: De onrust schenkt vleugels aan de verbeelding.

De ik-figuur wil graag met haar broer Matthies mee, die gaat schaatsen. Hij doet mee aan de poldertoer en zegt dat het niet kan, meegaan, omdat ze naar de overkant gaan. De ik is nog te jong, al voelt ze zich al wel te groot voor het heen en weer schaatsen op het slootje bij het huis zelf.

Bij vertrek roept hij dat hij voor de schemering thuis zal zijn. Dat gaat niet gebeuren, want al snel blijkt dat Matthies dood is. De ik, die bang is dat haar konijn met kerst opgegeten zal worden, heeft even daarvoor tot God gebeden of hij niet het konijn, maar broer Matthies kon nemen.

Het kerstfeest wordt natuurlijk niet meer gevierd. De kerstboom word stante pede het huis uit gehaald, de piek er nog bovenop.

Later dacht ik weleens dat hier de leegte begon: dat het niet de schuld was van de dood maar van de twee kerstdagen die in pannen en lege huzarensaladedoosjes werden weggegeven.


Uit: De avond is ongemak, blz 30

Tijd. Het verhaal verloopt discontinu; er worden sprongen in de tijd gemaakt. In deel 1 van het verhaal verdrinkt Matthies. In deel 2 van het verhaal volgen we het gezin anderhalf jaar na zijn dood. Het verhaal wordt wel grotendeels chronologisch verteld.

In het tweede deel van het boek wordt een sprong in de tijd gemaakt, het is inmiddels anderhalf jaar geleden dat hun broer dood is gevonden. Hanna en de ik-persoon doen mee aan de lampionnenoptocht waarbij zij padden redden. Haar zusje Hanna is benieuwd hoe het aan de overkant is, maar de ik zegt dat ze daar niets tegen hun ouders over moet zeggen.

Thema. Het hoofdthema in dit boek is de dood (verwerken). Matthies verdrinkt, maar de dood komt ook nog terug in de vorm van de hamster (verdronken door Obbe) en het dwergkonijn. Ook moeten alle koeien dood en komt er nog een aangereden egel langs. In geen van de gevallen gaat het om een natuurlijke dood.

De gezinsleden gaan elk op hun eigen manier om met de dood van Matthies. Niemand mag op zijn stoel zitten en zijn jas hangt nog aan de kapstok, maar zijn foto’s zijn weggehaald en er mag niet over hem gepraat worden:

over de doden praten we niet, die gedenken we.

Uit: De avond is ongemak, hoofdstuk 11

Matthies is hierdoor zowel nog steeds heel erg aanwezig als afwezig. De ouders praten er niet over, maar door de veranderingen in het gezin is het duidelijk dat ze in de rouw zijn: er wordt niet meer gelachen, vader vertelt geen verhalen meer voor het slapen gaan, moeder eet slecht en wordt mager.

Het wordt al snel pijnlijk duidelijk dat er veel veranderd is in het gezin nu Matthies er niet meer is. De sfeer is anders, er wordt niet meer gelachen. Maaltijden zijn puur functioneel geworden, want die duren nog maar een kwartier. Moeder eet sowieso nauwelijks meer, ze smeert nog wel een boterham met kaas, maar die gaat vaak zo de afvalbak in. Net als het vlees, dat tegenwoordig regelmatig aanbrandt. Moeder is er met haar gedachten niet meer bij.

In hun verdriet om het verlies van hun zoon, verliezen de ouders hun eigen kinderen steeds meer uit het oog. De ik-persoon snakt naar aandacht, naar liefde, maar daar is geen ruimte voor:

en ga weer naast moeder staan, steeds iets dichterbij in de hoop dat ze me per ongeluk aanraakt als ze de koekenpan naar de uitgestalde borden op het aanrecht brengt. Even maar.

Uit: De avond is ongemak, blz 67

Obbe wordt daarentegen steeds wreder, maar ook dat lijkt de ouders te ontgaan. Zo verdrinkt hij de hamster. Tiesje heeft hij de hamster genoemd, wat een afkorting van Matthies is. Er zijn dus parallellen te trekken tussen de dood van Matthies en de dood van de hamster. De kinderen zien op deze manier wat er met Matthies gebeurd is; er is een zekere fascinatie in het spel. De hamster wordt vervolgens stiekem begraven, ouders lijken niets te merken. Al met al is het als lezer lastig om je aan het idee te onttrekken dat ouders hun andere, nog levende kinderen enigszins verwaarlozen.

Het gezin is gereformeerd en gaat dus op zondag meermaals naar de kerk (ochtend, avond en soms ook nog ‘s middags voor de kinderdienst). Op dinsdag gaan de kinderen naar catechisatie toe. Ook in het dagelijks leven komt het geloof terug, zo hebben ze alleen Nederland 1,2 en 3, want daar is geen bloot op te zien.

Als de ik-persoon ouders hoort ruziĆ«n, wordt ook duidelijk dat het geloof een rol speelt in de rouwverwerking. Hier wordt duidelijk waarom moeder zo slecht kan omgaan met het verlies van haar zoon, buiten het voor de hand liggende speelt er ook een groot schuldgevoel. Wat blijkt? Voordat ouders getrouwd waren, hebben ze een kindje weg laten halen – alleen God weet dit. Moeder denkt dat dit de reden is dat God nu haar oudste zoon heeft afgenomen van haar. Geloof zou een grote troost kunnen zijn bij een verlies als dit, maar in dit geval lijkt het de pijn eerder te vergroten.

Perspectief. Het verhaal is in de ik-vorm geschreven, vanuit een 10-jarig meisje. Deel 2 van het verhaal speelt zich twee jaar na de dood van Matthies af, dan is ze dus 12 jaar oud. Het meisje wordt Jas genoemd; onduidelijk is of dit haar werkelijke naam is, of dat dit haar bijnaam is omdat ze sinds het overlijden van haar broer haar jas niet meer heeft uitgedaan.

De ik-figuur is erg met Hitler bezig. Hij is op dezelfde dag als zij geboren, op 20 april. Ze vraagt de juf of Hitler wel eens moest huilen en ze denkt dat er joden in hun kelder verborgen zijn.

Het gezin leeft op de boerderij en daar krijgen we het een en ander van mee, de hoofdpersoon helpt immers ook mee. Zo helpt ze moeder met kaas maken en vader met het hooien. Tijdens het werken haalt ze een herinnering aan Matthies op, maar dat wordt niet gewaardeerd, ze mag niet over hem praten.

Er gebeuren dingen die erop lijken te wijzen dat dit haar rouwverwerking stoort, want ze gaat wat afwijkend gedrag vertonen. Zo plast ze de laatste tijd in haar broek, iets wat op de leeftijd van 12 jaar toch niet meer zomaar voorkomt. Ook steekt ze een punaise in haar navel.

De verdrinking met de hamster was helaas geen eenmalig incident, Obbe verminkt namelijk ook nog het konijn door zijn snorharen af te knippen. Ook zet hij het konijn bij een dwergkonijn, wat tot de dood van de laatste leidt. Obbe gaat dus wreed om met dieren.

Een deel van de titel komt nu terug in het verhaal, als de hoofdpersoon bedenkt dat ze misschien haar jas uit zal durven doen:

Al zal het even ongemakkelijk zijn, maar volgens de dominee is ongemak goed, in ongemak zijn we echt.

Uit: De avond is ongemak, blz 135

Schrijfstijl. De schrijfstijl van Rijneveld kenmerkt zich door veelvuldig gebruik van beeldspraak. Een voorbeeld:

Een mensenhuid heeft ook structuur. Die van moeder begint steeds meer op het vogelnet te lijken: kleine vakjes in zacht vel getrokken, alsof ze een legpuzzel is waarvan steeds vaker een stukje zoekraakt.

Uit: De avond is ongemak, blz 144
Het gezin moet wachten met ontbijten totdat vader aan tafel komt. Het eten staat al vanaf 8 uur klaar, maar inmiddels is het na elven. Dat het gezin niet zonder vader eet, benadrukt de positie van vader in het gezin.

Op het NOS journaal wordt gesproken over MKZ (Mond en Klauwzeer), maar niemand legt het meisje iets uit. Ze heeft dus geen idee wat er aan de hand is, totdat duidelijk wordt dat hierdoor alle koeien geruimd moeten worden. Pijnlijk voor de familie!

De gedachten van de ik, Jas, worden wat zwartgallig. Als oma opmerkt dat de kraaien op het erf een voorteken van een sterfgeval zijn, denkt ze “dat moeder of ik als eerste aan de beurt is”. Ook wordt nu duidelijk waarom ze nu altijd haar jas aanheeft: “Zonder mijn beschermlaagje zou ik ziek worden”. Al in de eerste zin van het boek wordt duidelijk hoe belangrijk de jas voor haar is:

Ik was tien jaar en deed mijn jas niet meer uit.

Uit: De avond is ongemak, blz 9

Nu blijkt steeds meer wat dat betekent, hoe veel impact de dood van Matthies op haar heeft. Ze lijkt zich te willen beschermen tegen de dood. Uit haar gedachten zou je kunnen opmaken dat ze bang is dat ze ook dood zal gaan. Tegelijkertijd zoekt ze het ook zelf op, zo gaat ze op de matras staan en legt het touw dat aan de balk vast zit om haar nek. Het touw zit te los, merkt ze op. Er zit hier dus wat tegenstrijdigheid: ze wil de dood ontwijken, maar zoekt het ook op.

De veearts vraagt haar of ze haar broer mist. Hij is de eerste die haar dat vraagt en dit is de eerste keer in het verhaal dat ze de kans krijgt om over haar gevoel te praten. De veearts verpest dit moment (en de sympathie die je als lezer voor hem krijgt) een beetje door te vervolgen dat ze het mooiste meisje is dat hij ooit gezien heeft, wat toch wat ongepast voelt.

We groeien op met Het Woord, maar de woorden ontbreken steeds vaker in de boerderij.

Uit: De avond is ongemak, blz 181

De situatie lijkt er eerder slechter dan beter op te worden na verloop van tijd. Naast het verlies van Matthies heeft het gezin nu ook nog het verlies van de koeien te verwerken. Er wordt nauwelijks gepraat, de meeste gesprekken vinden plaats in het hoofd van Jas. Zo “praat” ze bijvoorbeeld met de (denkbeeldige) Joden in de kelder. Obbe begint seksuele spelletjes met zijn zusjes te spelen en heeft het er steeds meer over dat ze “offers” zullen moeten brengen. Ook vloekt hij, iets wat ondenkbaar is op de boerderij. Het is duidelijk dat Obbe begint te ontsporen, iets wat zijn zusje Jas ook lijkt te beseffen:

De rode snede van het bonken is een litteken geworden, als een naad in mijn sok, zo wordt Obbe ook steeds meer een obstakel, iets wat niet fijn zit.

Uit: De avond is ongemak, blz 197

Jas zelf heeft het met Hanna over Het Plan, waarbij ze naar de overkant willen gaan.

Verder kan Jas nog steeds niet poepen. Het lijkt onrealistisch lang te duren voor ze weer naar de wc kan. Als lezer krijg je ergens ook het idee dat ze het probleem ook in stand houdt, omdat dit de enige manier lijkt om aandacht van haar vader te krijgen.

Het verhaal begint nu snel te escaleren. Moeder zegt dat ze dood wil. Hanna en Jas besluiten om naar de overkant te gaan, ze gaan dus naar het meer om hun Plan uit te voeren. Eenmaal daar duwt Jas haar zusje het water in. Eenmaal thuis zegt vader dat Jas morgen echt haar jas uit moet; er wordt over gepraat. Wat die jas voor het meisje betekent, daar gaat hij aan voorbij.

Jas moet ook nog de haan van Obbe doden, anders vertelt hij door dat ze in bed plast. Ze doet dit, wat Obbe niet verwacht leek te hebben. Het eindigt ermee dat Jas zichzelf in de vriezer opsluit met de woorden “Ik kom eraan, lieve Matthies”.

TitelDe avond is ongemak
AuteurMarieke Lucas Rijneveld
ISBN9789025444112
Jaartal van uitgave2018
UitgeverijAtlas Contact

Een reactie

  1. Monique zei:

    Dit boek ga ik zeker lezen!

    2 maart 2021
    Antwoord

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *