Boekenmonster las Oeroeg

‘Oeroeg was mijn vriend.’ Zo begint het wereldberoemde prozadebuut van Hella S. Haasse, dat in 1948 als Boekenweekgeschenk verscheen en inmiddels in elf talen is vertaald. Het is het aangrijpende verhaal van de vriendschap tussen een Indonesische jongen en het zoontje van een Nederlandse administrateur in het Nederlands-Indië van voor de Tweede Wereldoorlog. Geleidelijk groeien de twee jongens uit elkaar. Wanneer de ik-figuur, de Nederlandse jongen, na een studie in Delft terugkeert in het Indië dat nog net geen Indonesië is geworden, blijkt hun verwijdering te zijn uitgegroeid tot een kloof. Oeroeg heeft gekozen: voor zijn eigen volk en tegen de Nederlanders, dus ook tegen zijn vriend. Vertwijfeld vraagt de ik zich af of hij voorgoed een vreemde zal zijn in het land van zijn geboorte.

Thema’s: Nederlands-Indië, vriendschap

Let op: dit artikel bevat spoilers.

Titel. De titel is meteen het eerste woord in het boek. Oeroeg is de jeugdvriend van de verteller van het verhaal. Oeroeg speelt een belangrijke rol in de kindertijd van de verteller: Oeroeg lijkt zijn enige speelkameraad te zijn en hij deelt zijn hele jeugd met deze jongen. Van zijn ouders krijgt hij weinig aandacht, waardoor hij nog meer naar deze vriend getrokken wordt. De verteller brengt het belang van Oeroeg zelf duidelijk onder woorden:

Oeroeg was mijn vriend, vrijwel sinds mijn geboorte het enige levende wezen in mijn omgeving met wie ik in iedere fase in mijn bestaan, iedere gedachte, iedere gewaarwording gedeeld had. En dat niet alleen. Oeroeg was meer. Oeroeg betekende – hoewel ik dat toen niet onder woorden kon brengen – het leven op en om Kebon Djati, de bergtochten, het spelen in de tuinen en op de stenen in de rivier, het reizen met de trein, het schoolgaan – het abc van mijn kinderleven.

Uit: Oeroeg, bladzijde 44

Perspectief. Het verhaal is in het ik-perspectief geschreven. De ik is Hollands en bekijkt de situatie dus vanuit het perspectief van de kolonisten.

Doordat de verteller geen diepgaande gesprekken met Oeroeg voert, blijven we het gehele verhaal de vriendschap vanuit het oogpunt van de verteller zien.

Plaats. Het verhaal speelt zich af in Nederlands-Indië. Eerst op de kampong waar zij wonen, waar in de buurt een meer genaamd Telaga Hideung is, omringd door bergen en oerwoud. In Soekaboemi gaan zij naar de lagere school. Deze plek wordt echter niet uitgebreid beschreven. De verdere opleiding volgen zij in Batavia:

Ik kende de stad niet, en was in het begin nogal onder de indruk van de grote pleinen, de witte gebouwen, en het drukke verkeer.

Uit: Oeroeg, bladzijde 54

Opbouw. Het verhaal is aan één stuk doorgeschreven: er zijn geen hoofdstukken, geen alinea’s. Aan het einde van het verhaal, vanaf bladzijde zeventig, volgen enkele witregels.

Thema. Een belangrijk thema is vriendschap. De vriendschap tussen Oeroeg en de verteller, die klasse- en cultuurverschillen overstijgt. De verteller is zeer gehecht aan zijn vriend. De vader van de verteller staat echter niet positief tegenover deze vriendschap:

‘Oeroeg, Oeroeg,’ zei hij, ‘altijd Oeroeg. Je zult ééns zonder Oeroeg moeten. Die vriendschap duurt me al lang genoeg’.

Uit: Oeroeg, bladzijde 39

De verteller ziet en behandelt zijn vriend als gelijke. Als hij op aandringen van zijn vader Europese jongens over de vloer vraagt, merkt hij dat anderen hem echt als inlander zien en hem met een lichte commandotoon aanspreken, hetgeen de verteller ergert. Als hij dit met zijn vader bespreekt, zegt die de wijze woorden:

Oeroeg is immers je vriend? Als hij zo is dat hij je vriend kan zijn – hoe kan hij dan ooit minder zijn dan jij, of een ander?

Uit: Oeroeg, bladzijde 41

Tijd. Batavia heet nog Batavia en geen Jakarta, dus het verhaal speelt zich af tegen de achtergrond van het Nederlands kolonialisme. Later in het verhaal, als de verteller jongvolwassen is (18+) breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Het verhaal start dus rond 1920 en eindigt ergens kort na de Tweede Wereldoorlog; voor de onafhankelijkheid van Indië.

Vertelstructuur. De volwassen verteller blikt terug op zijn vriendschap met Oeroeg en schrijft hier een verslag over. Hij begint met vertellen vanaf het moment dat ze geboren waren tot aan zijn terugkeer naar Indië na de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal is grotendeels chronologisch verteld.

Samenvatting

De verteller blikt terug op zijn kindertijd. Op de eerste bladzijde wordt meteen duidelijk dat de verteller en Oeroeg geen vrienden meer zijn, alhoewel ze samen zijn opgegroeid van kind tot jonge man. De moeder van de verteller is na zijn geboorte onvruchtbaar en omdat hij dus geen broertjes of zusjes krijgt, blijft Oeroeg, die de zoon van zijn vaders mandoer (meesterknecht) was, zijn enige speelkameraad.

Er zijn verschillen tussen Oeroeg en de verteller; zo is Oeroeg een inlander, terwijl de verteller een Hollandse jongen is. Ze verschillen ook in interesses. Waar het Oeroeg gaat om het vangen van dieren, of dierengevechten, wil de verteller ze vooral verzamelen. Ook later verschillen hun interesses: Oeroeg doet vliegmachines na, iets waar de verteller te veel schaamte voor voelt om dat zelf ook te doen, terwijl de verteller juist graag leest, iets wat Oeroeg weer niet interesseert. Ondanks de verschillen blijft de vriendschap tussen de jongens hecht.

Doordat de verteller als zesjarige vooral op de kampong (het erf) is, is zijn Hollands vermengd met Soedanese woorden. Zijn vader huurt een leraar in om hem voor te bereiden op school.

Tijdens een tochtje over het meer Telaga Hideung breekt een deel van het vlot af en belanden ze in het water. De verteller werd in eerste instantie vermist. Deppoh, Oeroegs vader, dook naar hem en is daarbij om het leven gekomen. Hoewel de verteller niet weet wat precies de doorslaggevende factor geweest is, heeft deze gebeurtenis in elk geval tot gevolg dat Oeroeg bij hun huisjongen komt inwonen. Ze gaan nu beide naar school. Alhoewel ze samen met de trein reizen, volgen ze het onderwijs op verschillende scholen. In het lesprogramma lijkt echter weinig verschil te zitten, behalve dat Oeroeg het vak Nederlands volgt.

De verteller merkt wel dat de relatie tussen zijn ouders bekoelt, maar beseft pas later dat zijn moeder een verhouding had met mijnheer Bollinger. Moeder vertrekt. Oeroeg bleek beter op de hoogte te zijn van het hele gebeuren dan de verteller zelf, maar ze spreken er nooit over. De functie van Bollinger wordt overgenomen door Gerard Stokman, die met zijn geweren en opgezette dieren indruk maakt op de jongens. Hij neemt hen op een gegeven moment ook mee op zijn weekendtochten.

Tijdens een verplicht verjaardagsfeestje, waarbij de verteller klasgenoten van school uitnodigt op verzoek van zijn vader, lijkt hij voor het eerst te beseffen dat Oeroeg anders behandeld wordt dan hijzelf en vraagt hij zich af of dat betekent dat Oeroeg minder is dan hij.

Vader krijgt binnenkort verlof en wil dan gaan reizen. De verteller mag nog tot aan zijn toelatingsexamen in Indië blijven en wordt bij Lida in Soekaboemi ondergebracht. Dit overrompelt de verteller, want alles is al in kannen en kruiken voor hij hiervan op de hoogte gebracht wordt. Hij vraagt zich af hoe het nu met Oeroeg moet. Die blijft waar hij is en de verteller denkt daardoor dat deze verhuizing voor vader een middel is om de vrienden uit elkaar te halen. Lida, die al snel op Oeroeg gesteld raakt, neemt hem later ook in haar pension op. Ze moedigt hem aan en stelt het plan op om hem te laten doorstuderen, eerst naar de mulo, daarna naar de artsenschool.

De verteller, die in zijn verhaal inmiddels twaalf jaar oud is, spijbelt met Oeroeg. Samen met andere inlandse jongens halen ze baldadigheid uit.

Zijn vader komt terug, met een nieuwe vrouw. Ze hebben elkaar dan al ruim een jaar niet meer gezien. De vrouw is een verrassing, vader heeft daar in zijn brieven met geen woord over gerept. Dat onderstreept de (niet bestaande) relatie tussen vader en zoon maar weer. De verteller moet de grote vakantie op de onderneming doorbrengen en heeft meteen een hekel aan zijn stiefmoeder, Eugenie, die zich daar autoritair opstelt.

Ze groeien op. Bij het bezoek aan de moeder van Oeroeg voelen ze zich geen van beiden meer op hun gemak in de vuiligheid en armoede. Ook merken ze dat het zwemmen in de rivier hen niet meer het plezier verschaft wat het vroeger deed. Ze zijn kind af.

Hij gaat naar de hbs in Batavia en komt daar in het internaat te wonen. Met zijn medestudenten heeft hij weinig op. In zijn vrije tijd bezoekt hij Lida, die met haar nieuwe pension er op achteruit lijkt te zijn gegaan, en Oeroeg. Deze kleedt zich nu Europees en, zoals de verteller met wat ergernis opmerkt, gedraagt en spreekt nu als de halfbloed jongens. Hij spreekt ook alleen nog maar Hollands. Kortom, zijn vriend verandert.

Een keer spreken ze over de toekomst, waarbij Oeroeg aangeeft weg te willen, het liefst naar Amerika. Later beseft de verteller dat Oeroeg denkt dat ras en rang daar van ondergeschikt belang zijn.

Als Lida ontdekt dat de bezoekjes van Oeroeg aan de jonge vrouwen in haar pension niet zo onschuldig zijn als ze dacht, grijpt ze in. Ze denkt zelf niet de jongen de tucht op te kunnen leggen die hij nodig heeft en ze regelt dan ook dat Oeroeg ook in het internaat geplaatst wordt. Oeroeg gedraagt zich daar uitdagend en hij en de verteller belanden al snel in een soort isolement. Als Oeroeg beseft dat zijn gedrag met onverschilligheid bejegend wordt, verandert hij in een teruggetrokken jongen. Het is in deze tijd dat de eerste verwijdering tussen de twee vrienden ontstaat.

De verteller gaat langs bij zijn vader. Het is gek, om daar zonder Oeroeg te zijn. Als hij de moeder van Oeroeg bezoekt, is dat ook niet meer zoals vroeger; zij behandelt hem als hooggeplaatste persoon. De verteller gaat ook langs het meer waar de vader van Oeroeg jaren geleden verdronken is. De dag erna gaat hij terug naar Batavia.

Hier lijkt er een breuk te zijn in het verhaal: voor het eerst sinds het verhaal startte volgt er een witregel. Dat volgt in de daaropvolgende bladzijden nog drie keer.

Oeroeg vertrekt na de mulo naar Soerabaja, de verteller blijft in Batavia voor zijn laatste jaar aan de hbs. Hij hoort alleen nog over hem via Lida, maar die is ook erg veranderd, ze is nerveus en achterdochtig geworden en de sfeer van vroeger is er niet meer in haar pension. Tenslotte vertrekt ook zij naar Soerabaja.

De verteller is nu bijna achttien jaar en zal naar Delft vertrekken voor zijn studie. Naar Kebon Djati gaat hij niet meer, zijn stiefmoeder is weer in verwachting. Wel gaat hij naar Soerabaja om afscheid te nemen van Lida en Oeroeg, waar hij de laatste tijd slechts sporadisch briefcontact mee heeft gehad.

Oeroeg lijkt wederom veranderd. Hij draagt zijn topi weer en is weer duidelijk een inlander. Hij zit bij een verenigingsleven, hij merkt op dat het geen gezelligheidsverenigingen zijn – er is veel te doen. Het bezoek verloopt wat stroef, de oude vertrouwelijkheid tussen hen lijkt verdwenen te zijn. Oeroeg richt beschuldigingen en verwijten tegen Nederlanders. De verteller voelt dat de scheiding tussen zijn wereld en die van Oeroeg nu compleet is.

Door de oorlog wordt zijn studie stopgezet. Na de capitulatie van Japan bereikt hem het bericht dat zijn vader dood is, zijn stiefmoeder en haar kinderen wachten in Batavia tot ze naar Holland kunnen komen. Hij weet niet hoe het met Oeroeg en Lida is.

De verteller solliciteert naar een betrekking in Indië. Het huis waar hij is opgegroeid staat er niet meer, maar de natuur herkent hij nog. Hij gaat naar het meer, waar hij tegenover een gewapende inlander komt te staan, die hem wegjaagt. De inlander ziet er tegelijkertijd meelijwekkend als angstaanjagend uit. De verteller denkt dat de inlander Oeroeg is, maar weet dat eigenlijk helemaal niet zeker. Hij beseft dat hij Oeroeg nooit meer zal herkennen. Hij beseft zich ook dat hij Oeroeg nooit echt, diepgaand, gekend heeft. En hij vraagt zich af of hij nu altijd een vreemde zal zijn in zijn geboorteland.

TitelOeroeg
AuteurHella S. Haasse
ISBN9789021455433
Jaartal van uitgave2015 (eerste uitgave: 1948)
UitgeverijQuerido’s Uitgeverij

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *