Boekenmonster zet de tanden in De jongen die met wolken speelde

Titel: De jongen die met wolken speelde

Auteur: Franco Faggiani

Jaartal van publicatie: 2021

Uitgeverij: Signatuur

ISBN: 9789056726836

Aantal bladzijden: 284

Oordeel: ** sterren

Met dank aan Uitgeverij Signatuur voor dit recensie-exemplaar.

Sinds Filippo Cavalcanti weigerde zich aan te sluiten bij de fascistische partij, is hij op werk in een hoekje weggestopt. Dan wordt de 72-jarige archeoloog opgedragen om een aantal kunstwerken, die naar Duitsland verscheept zullen worden, te controleren om een veilig transport van deze werken te garanderen. Hij is woedend over deze geautoriseerde diefstal, maar er zit niets anders voor hem op dan naar Innsbruck te vertrekken om zijn opdracht uit te voeren. Daar ontmoet hij de jonge Quintino en impulsief besluiten zij om de kunstwerken naar Rome te smokkelen.

Franco Faggiani, journalist en schrijver, debuteerde met Tussen twee werelden. Daarna schreef hij Het jaar dat Shizo Kanakuri verdween en het kortverhaal De komst van een vreemde lente. Zijn nieuwste roman, De jongen die met wolken speelde, speelt zich af ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal is vertaald uit het Italiaans door Saskia Peterzon-Kotte.

De hoofdrol in dit verhaal ligt bij de 72-jarige archeoloog Filippo Cavalcanti. Zijn leven lijkt eenzaam. Door zijn werk heeft hij kansen om een vrouw te vinden en een gezin te stichten laten liggen en de portier die voor zijn kat zorgt komt nog het meest in de buurt van een vriend. Op werk heeft hij, sinds hij weigerde zich aan te sluiten bij de fascistische partij, nog slechts een onbeduidende positie. Als hij de opdracht krijgt om de kunstwerken, die ‘uitgeleend’ worden aan Duitsland, te vergezellen en controleren, sist hij van woede. Zodra hij hoort dat ook de sarcofaag waar hij aan gehecht is (en waar de titel van dit boek naar verwijst) op de lijst staat, breekt zijn hart.

Dat is dan meteen alle emotie die we bij Filippo gaan zien. Ondanks dat het verhaal in een ik-perspectief geschreven is, krijgt de lezer weinig inzicht in de gedachten en emoties van de man. Hierdoor komt de motivatie van Filippo om de kunstwerken naar Rome te smokkelen ook niet echt over. Ja, hij heeft herinneringen aan de sarcofaag, maar dit komt in één gesprek naar voren; daarna spreekt en denkt hij nooit meer over deze archeologische vondst. De drang om deze reis te gaan maken voel je dan ook niet, waardoor het meer op een gezellig reisje dan op een tocht met een missie lijkt. Filippo komt regelmatig zeer onbewogen over, met als toppunt het moment dat hij door gewapende Duitsers gepakt wordt en daarbij niet verblikt of verbloost. Het is lastig om met Filippo mee te voelen, omdat hij zelf zo weinig lijkt te voelen.

Het is een wonder dat de reis zo vlekkeloos verloopt. Dat roept dan weer de vraag op: Is er dan niemand op zoek naar de verdwenen kunstwerken, die een enorme waarde hebben?

Quintino heeft een duidelijkere motivatie voor de reis: hij wil weg en Filippo biedt hem de kans om ook daadwerkelijk weg te komen, want die heeft daar de middelen voor. Ze kennen elkaar nog nauwelijks als Quintino hem voorstelt om een vrachtwagen te regelen en daar alle kostbare kunstwerken in te laden. Verrassend is dat Filippo daar op ingaat, zeker omdat de jonge Quintino bij hun eerste ontmoeting zijn tas gestolen heeft en dus niet de meest betrouwbare man is.

Onderweg komen de mannen bovendien wat naïef over, iets wat we bij de jonge Quintino nog door de vingers kunnen zien, maar toch zeker niet bij een 72-jarige man die flink wat levenservaring heeft opgedaan. Ze vertrouwen mensen die ze nog geen vijf minuten kennen, vertellen de hele toedracht van hun reis en drukken de mensen op het hart om vooral niet aan anderen te vertellen dat ze er zijn geweest – als ze nog geen argwaan wekten met hun omkoperij met flessen wijn, dan nu toch zeker wel. Het is een wonder dat de reis zo vlekkeloos verloopt. Dat roept dan weer de vraag op: Is er dan niemand op zoek naar de verdwenen kunstwerken, die een enorme waarde hebben?

De schrijfstijl van het boek is dan wel weer prettig, het leest eenvoudig weg. Faggiani besteedt daarnaast veel aandacht aan het beschrijven van de omgeving, waardoor er een duidelijker beeld van de reis ontstaat:

Op de Terminillo waren geen wegen, maar slechts door de wind gegeselde weiden, wat koeien en schapen, en op de top lange richels die aan de Dolomieten deden denken, waardoor we gedwongen werden om heel langzaam tussen de nauwe doorgangen tussen de zandkleurige rotsen heen te rijden onder steeds precairdere omstandigheden.

Uit: De jongen die met wolken speelde, blz 191

Hierdoor is het een fijn boek om tussendoor te lezen. De beschrijvende schrijfstijl is echter niet voldoende om dit verhaal, wat mede door het ontbreken van emoties en realistische ontmoetingen te veel aan de vlakte blijft, naar een hoger niveau te tillen.

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *