Boekenmonster zet de tanden in De vermisten van Maneschijn

Titel: De vermisten van Maneschijn

Auteur: Christelle Dabos

Jaartal van publicatie: 2021

Uitgeverij: Luitingh-Sijthoff

ISBN: 9789024587254

Aantal bladzijden: 577

Oordeel: **** sterren

Sinds Ophelia naar de Ark Pool gestuurd is om met Thorn te trouwen, is haar leven een stuk gevaarlijker geworden. Nu Thorn en zijn tante Brunhilde de laatste overlevenden van de Drakenclan zijn is het voor hen belangrijker dan ooit om zich van de bescherming van de familiegeest Faroek te verzekeren. Ophelia wil echter haar eigen plaats innemen en haar verloofde het nakijken geven. Haar eerste ontmoeting met Faroek pakt helaas niet zo uit als ze gehoopt had en levert haar een ongewenste functie als vicevertelster op. Ook al is ze hier totaal niet geschikt voor, maakt ze tijdens haar eerste optreden in het theater meteen indruk, want Faroek wil niet dat ze het verhaal over de pop tot het einde vertelt. Waarom raakt hij zo van slag door dit verhaal? Ophelia’s leven wordt nog ingewikkelder als ze een dreigbrief ontvangt en betrokken raakt bij een opsporingsverzoek.

De vermisten van Maneschijn is het tweede deel in de serie De spiegelpassante van Christelle Dabos. Ze groeide op in Frankrijk en verhuisde na haar studie als bibliothecaris naar België. Toen Dabos in 2007 ziek werd en een lang revalidatietraject onderging, richtte ze zich volledig op het schrijven. In 2013 debuteerde ze dan ook met Les fiancés de l’hiver, dat vorig jaar in het Nederlands verscheen als De ijzige verloofde.

Alhoewel de serie in het Frans al compleet is, moeten wij in Nederland ons geduld aanspreken tot de vertalingen verschijnen. Bijna een jaar na De ijzige verloofde kunnen we nu dan eindelijk ontdekken hoe het verder met Ophelia gaat! Het boek start met een hoofdstuk ‘Herinneringen aan deel 1’, waarin de lezer een samenvatting krijgt van het boek De ijzige verloofde. Ook in de eerste hoofdstukken wordt regelmatig kort verwezen naar eerdere gebeurtenissen. Als lezer kun je dus even ophalen hoe alles ook al weer in elkaar zit waardoor je het nieuwe verhaal meteen goed kan volgen.

Dat is belangrijk, want er gebeurt veel op de Pool. Er resten nog maar een paar dagen voor Ophelia en Thorn gaan trouwen, maar hun relatie is nog steeds ijzig. Sinds Ophelia ontdekt heeft dat Thorn alleen maar met haar zal trouwen om haar vaardigheden als lezer over te kunnen nemen, ontwijkt ze hem. Thorn probeert dan juist weer toenadering tot haar te zoeken, maar doet dat op zo’n zakelijke manier, dat hij haar en haar familie nog meer in het harnas jaagt. Echt moeite doet hij overigens niet, want daarvoor is hij veel te druk. Ook Ophelia zit niet stil, zij moet als vicevertelster Faroek tevreden zien te houden – de gevolgen zijn niet te overzien als de familiegeest zich van haar afkeert. Tussen al deze drukte lijkt er weinig aandacht te zijn voor de gast van Archibald die uit Maneschijn verdween. Pas als er meer vermisten komen, krijgt dit probleem prioriteit.

Vanaf dat moment neemt de spanning in het verhaal snel toe. Maar ook voor die tijd is De vermisten van Maneschijn boeiend om te lezen. De fantastische wereld zit nog altijd goed in elkaar, je wordt er meteen helemaal in gezogen. De kleurrijke personages zijn zeer uitgesproken zonder dat ze karikaturaal worden. Af en toe zit dit wel op het randje, maar dit geeft het boek juist sjeu. Er zit bovendien vaak meer achter de personages dan in eerste instantie lijkt. Neem de geheugenloze, verveelde familiegeest Faroek, waar iedereen voor rent en siddert. Ophelia merkt tijdens het vertellen van een verhaal al dat hij wel degelijk door dingen geraakt kan worden. De oplettende lezer zal zich ook over zijn naam verbazen: de andere familiegeesten hebben immers allemaal een naam van een mythologische god. Waarom Faroek dan niet? En waarom is het voor hem zo belangrijk dat een lezer zijn boek leest? Hier ziet duidelijk meer achter.

De diepgang van de personages wordt nog verder versterkt doordat zij zich gedurende het verhaal ontwikkelen. Ophelia is niet meer het meisje dat onder dwang naar de Pool gestuurd werd. Ze neemt het heft zelf in handen en leert ook om zichzelf goed en eerlijk in de ogen te kijken. Hier wordt ze een sterker personage van, zonder dat ze haar vertrouwde, vertederende kenmerken verliest. Het klungelige blijft, en haar sjaal en bril geven nog steeds veel weg van haar gemoedstoestand. Dit levert overigens leuke taalspelingen op:

‘Ik zal alles doen wat mij in het belang van het onderzoek noodzakelijk lijkt,’ reageerde Ophelia geërgerd.

Het werd haar rood voor de ogen. Letterlijk dan: haar brillenglazen waren rood aangelopen.

Uit: De vermisten van Maneschijn

Doordat Ophelia en Thorn elkaar niet bepaald opzoeken, blijf je Thorn lange tijd als de ijzige man zien zoals we hem in het eerste deel hebben leren kennen, en bovendien als iemand die Ophelia alleen maar wil gebruiken om er zelf beter van te worden. Pas later in het verhaal kunnen ze niet meer om elkaar heen. Zodra Ophelia met andere ogen naar Thorn gaat kijken, kunnen wij dat als lezer ook. Dan blijkt dat ook Thorn veel gelaagder is dan hij in eerste instantie overkomt.

Aan het einde beginnen de puzzelstukjes op hun plaats te vallen. Gebeurtenissen die minder relevant voor het verhaal leken en daarmee de snelheid soms wat afremden, blijken toch een functie te hebben. Helemaal opgelost wordt het raadsel echter niet. Ophelia lijkt aan het einde van het verhaal misschien nog wel meer problemen te hebben dan aan het begin. Dat wordt dus ongeduldig wachten op het derde deel, Het geheugen van Babel. Als dat deel net zo goed in elkaar steekt als De vermisten van Maneschijn, dan is dat het wachten meer dan waard.

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *