Drie boeken over straatkinderen

Als we het hebben over straatkinderen, dan gaat het om kinderen die geen vaste verblijfplaats hebben. Hoeveel kinderen daadwerkelijk straatkinderen zijn, is lastig te bepalen. Een aantal kinderen brengt weliswaar hele dagen op straat door, maar deze kinderen blijken voor de nacht wel een thuis te hebben. Het aantal straatkinderen wordt geschat op zo’n 100 tot 200 miljoen.

Kinderen komen op straat door bijvoorbeeld armoede, door verlies van ouders, door verstoten te worden door hun ouders of door mishandeling thuis, waardoor ze zelf weglopen van huis. Eenmaal op straat gaan ze bedelen, stelen of drugs verhandelen om in leven te blijven. Veel straatkinderen gebruiken zelf ook drugs om even aan de realiteit te kunnen ontsnappen. Het kan hierbij gaan om softdrugs of harddrugs, maar ook lijmsnuiven komt veel voor.

Schuim der aarde

Roxane van Iperen, 2016, ISBN 9789048824205

Braziliƫ. We lezen over drie mensen die op verschillende locaties wonen. Elizabet woont in de stad en is politieagente. Alles lijkt haar voor de wind te gaan, maar ze moet leven met het geheim dat ze illegaal geadopteerd heeft van de berg. Op de berg woont Lucy, een hoertje. Tenslotte maken we ook kennis met Anjo, een jongen die op de zandvlakte leeft waar honger en misbruik aan de orde van de dag zijn. Allen zijn bezig met overleven. Maar gaandeweg komt de lezer erachter dat ze meer raakvlakken hebben dan alleen dat.

Straatkinderen. Schuim der aarde heeft niet als hoofdthema straatkinderen. De kinderen wonen op de sertao, in een schuur, dus technisch gezien zijn het geen straatkinderen. Wel zijn het paria’s, de kinderen die niemand wil, en de omstandigheden waarin ze leven zijn erbarmelijk. Als Anjo de sertao verlaat, leeft hij wel een tijd op straat en hier zien we het thema straatkinderen en het leven op straat meer in terug:

De vuilnisbakken worden pas in de vroege ochtend geleegd en bevatten alles wat ik nodig heb. Mijn enige concurrenten zijn de vogels, de honden en een oude, verwarde vrouw die soms op het strand slaapt in dikke lage kleding, zodat ze eruitziet als een opgerold tapijt met een hoofd erop.

Lezen want dit boek laat zien hoe het leven van de minderbedeelden in Braziliƫ eruit ziet. De levens worden realistisch beschreven en vertellen een indringend verhaal. Een boek om na het lezen over na te blijven denken en even stil over te zijn.

Ik ben in Rio

Ger Bauritius, 2010, ISBN 9789047702535

Samuel woont bij zijn oma, zijn vader is al maandenlang van huis op zoek naar werk. Samuel heeft nog wel een kaart van hem ontvangen, met daarop de woorden: Ik ben in Rio. Als Samuel vervolgens niets meer van zijn vader hoort, besluit hij om hem achterna te reizen. Eenmaal in Rio blijkt dat het niet zo eenvoudig is om zijn vader te vinden. Hij komt terecht tussen de straatkinderen van Rio en door de vriendschap met de straatkinderen Celco en Carlos, leert hij zich staande te houden op straat. Ondertussen blijft hij zoeken naar zijn vader.

Straatkinderen leven in dit verhaal in groepen. Op straat splitsen ze zich op, maar ‘s avonds verzamelen ze zich in een station. Ze leven vooral van diefstal, soms verdienen ze geld met wat klusjes. Veel van de kinderen in dit verhaal snuiven lijm.

Na zo’n heerlijke dag van werken en zelf geld verdienen, leren zwemmen en lekker kletsen, fantaseren en echt dromen, moesten ze vanavond weer naar het koude cement van het perron, waar het stonk naar pis en naar die vieze zakjes lijm. Waar de jongens veel ouder waren dan hij, of in elk geval veel wijzer.

Uiteindelijk prefereren de jongens in dit verhaal die vrijheid, hoe ellendig de omstandigheden ook zijn, boven bijvoorbeeld de opvang van een familielid of instituut.

Lezen want dit jeugdboek zet het leven van straatkinderen in Rio met veel gevoel neer. Het is een makkelijk te lezen boek, maar zonder het onderwerp te versimpelen. De zware onderwerpen die het straatleven met zich meebrengt, zoals verslaving, geweld en verlies, worden niet uit de weg gegaan.

Gelukskinderen

John Shors, 2011, ISBN 9789022558713

Na de dood van haar vader gaat Iris naar Vietnam om het werk van haar vader af te maken: Het oprichten van een tehuis voor straatkinderen. Haar jeugdvriend Noah, die getraumatiseerd is door de oorlog in Irak, gaat met haar mee. In Vietnam maken ze al snel kennis met een aantal straatkinderen die ze onder hun hoede nemen. Ondertussen proberen ze voor de deadline verstreken is het tehuis gereed te maken. Maar hun bezigheden worden ruw verstoord. De voormalige beschermheer van de straatkinderen laat hen namelijk niet zonder slag of stoot naar het tehuis vertrekken.

Straatkinderen in dit boek proberen inkomsten te verdienen aan toeristen, door bijvoorbeeld het verkopen van waaiers of ansichtkaarten. Zodra de toeristen hun hotels opzoeken, gaan ook zij naar hun slaapplaats toe.

De meeste nachten sliepen er wel tien mensen onder de brug. Iedereen had zijn of haar eigen bed – gemaakt uit kartonnen dozen, van oude scooterzadels, of zorgvuldig opgetrokken uit zand en modder.

Veel straatkinderen hebben een beschermheer, alhoewel heer niet echt het juiste woord is: Het gaat om een jongvolwassene die zelf straatkind was en nu inkomsten verkrijgt uit straatkinderen in ruil voor bescherming tegen gevaren. Deze zogenaamde beschermheer kan echter heel wreed zijn:

Loc loerde naar Minh en herinnerde zich wazig de verweesde hummel wiens handje hij had afgehakt zodat hij overtuigender zou zijn als bedelaar.

De kinderen blijven dan ook meer uit angst dan om de bescherming onder de hoede van de beschermheer.

Lezen want dit boek geeft een mooi beeld van het leven (van straatkinderen) in Vietnam. De schrijver is duidelijk zelf in het land geweest. Een leuke toevoeging zijn de leesclubvragen achterin het boek.

Een korte vergelijking

Schuim der aarde en Gelukskinderen vertellen het verhaal vanuit meerdere perspectieven en zo krijg je niet alleen een beeld van het leven op straat, maar ook hoe in zo’n land de meer begunstigde mensen het leven zien. Ik ben in Rio wordt daarentegen puur vanuit het beeld van een straatkind verteld. Hierdoor krijg je minder een totaalbeeld dan in de andere boeken, maar zie je wel heel veel van het leven op straat.

Ik ben in Rio is dan misschien een jeugdboek, maar heeft toch scherpe randjes. Ook Schuim der aarde maakt indruk door het rauwe verhaal. Gelukskinderen is dan een wat luchtiger boek; ondanks dat er echt wel heftige gebeurtenissen rondom de straatkinderen plaatsvinden, komt dit boek minder hard binnen. Het hoge eind-goed-al-goed gehalte draagt hier aan bij.

Wees de eerste om te reageren

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *