Drie boeken over vrouwen in een gesticht

Vanaf de 15e eeuw kwamen krankzinnigen in dolhuizen terecht, waar het doel vooral “bewaring” was. Iemand werd al snel als krankzinnig beschouwd: alles wat buiten het gewone viel, kon er onder vallen. Zo werden psychiatrische patiënten als krankzinnig beschouwd, maar ook oproerkraaiers, dementerenden, mensen met epilepsie en zelfs vrouwen die (te veel) lazen. Eenmaal in het dolhuis, kwam je er niet zo gemakkelijk meer uit. Het ging er met name om, om de stadsbewoners te beschermen tegen de “krankzinnigen”. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw ontstonden gestichten speciaal voor psychiatrische patiënten, waarbij de focus op verbetering en waar mogelijk zelfs genezing lag.

Deze huizen voor krankzinnige vrouwen bieden een naargeestige maar boeiende setting voor een roman. Ik las drie boeken waarin een dolhuis een belangrijke plek in het verhaal inneemt:

De engelen van Elisabeth

Els Florijn, 2020, ISBN 9789023960225

De 23-jarige Elisabeth wordt opgepakt omdat ze ervan verdacht wordt haar twee dochters vermoord te hebben. Ze gaat gewillig mee, in de hoop dat ze dan weer snel thuis zal zijn bij haar gezin. Vooral haar jongste zoontje Jan ligt haar nauw aan haar hart. Er is onvoldoende bewijs gevonden, maar Elisabeth mag niet naar huis. Zij wordt doorgestuurd naar een gesticht om daar onderzocht te worden op lichamelijke en geestelijke gezondheid. Eenmaal in het gesticht wordt het haar al snel duidelijk dat ze hier niet meer weg zal komen. Maar ze wil haar zoontje Jan in elk geval nog één keer zien. Zal dit haar lukken?

Het gesticht dat de setting vormt van dit verhaal geeft een inkijkje in hoe de psychiatrie er aan het einde van de negentiende eeuw uit zag. De leefsituatie van de vrouwen in het gesticht is schrijnend te noemen. Waren de vrouwen nog niet gek (vrouwen waar geen plek voor was in de maatschappij, om welke reden dan ook, kwamen meestal in een gesticht terecht), dan zouden ze dat op deze plek wel worden. Het is een naargeestige plek:

Maar zoals het gebouw daar staat, met vensters waar tralies voor zitten en zwarte luiken als gaten zonder eind, maakt het me bang.

Het huis ziet er zelf uit als een gek geworden vrouw, met sloten en grendels aan de deuren, gehuil en gekreun en verre voetstappen, gaas om de kappen van de lampen. Ik voel me opgeslokt.

Uit: De Engelen van Elisabeth, bladzijde 60 & 62

De zusters gaan hardhandig en wreed met hun patiënten om. Elisabeth krijgt vormeloze kleren te dragen die ze niet past, het eten is slecht en de vrouwen moeten achter elkaar in een koud bad, waarna ze zonder zich af te kunnen drogen weer nat in hun vieze kleding moeten. Er zijn regelmatig gesprekken met artsen, maar die lijken niet echt naar hun patiënten te luisteren.

Lezen want dit boek maakt indruk. Doordat je het verhaal vanuit de ogen van Elisabeth beleeft (het is in de ik-vorm geschreven) komt het allemaal heel dichtbij. Je ervaart echt hoe het in die tijd was voor een vrouw om te leven en in een gesticht terecht te komen. De ontknoping van het verhaal zorgt ervoor dat dit boek na het lezen nog wel even in je gedachten blijft rondspoken.

Vingervlug

Sarah Waters, 9e druk, 2008, ISBN 9789038884356

De moeder van Sue geeft mevrouw Sucksby zes pond om voor het meisje te zorgen, maar keert niet terug om haar dochtertje op te halen. Het verhaal gaat dat ze opgepakt is door de politie en aan de galg geëindigd is. Mevrouw Sucksby kreeg geld om een maand voor Sue te zorgen, maar zorgt inmiddels al zestien jaar voor haar. Op een avond komt Gentleman langs en vraagt Sue om hem te helpen. Hij wil een jongedame verleiden om met hem te trouwen, vervolgens haar fortuin afhandig maken en de dame daarna in een gesticht stoppen. Aangemoedigd door mevrouw Sucksby stemt Sue met het plan in, er is haar een mooie som geld beloofd en ze wil fortuin maken, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de vrouw die ze bijna als moeder beschouwt. Zodra ze de jongedame, Maud, leert kennen, krijgt ze echter steeds meer twijfels. Kan ze het plan wel doorzetten en Maud in het gesticht laten belanden?

Het gesticht bevindt zich in een oud herenhuis, de jongedame merkt op dat het wel iets weg had van een elegante en knappe dame die gek was geworden, en dat het er daardoor griezeliger uit ziet dan wanneer het een kerker was geweest.

De dames moeten gestichtskleren aan. Hun eigen kleding wordt ingeruild voor grauwe onderkleding, een wollen japon waarvan de kleuren van ouderdom zijn doorgelopen en rubberen laarzen. Dat het korset veel te groot is en de kousen te kort, daar malen de zusters niet om. Het haar wordt ofwel kort afgeknipt, ofwel in vlechten op het hoofd vastgenaaid.

De zusters delen gauw een stomp uit, of knijpen de vrouwen. Daarnaast gebruiken ze de vrouwen voor hun eigen lolletjes. Als de zusters ‘s avonds stiekem bij elkaar op de kamer samenkomen, dan kunnen de vrouwen zich maar beter slapend houden. Zo laten de zware zusters zich bijvoorbeeld om beurten op een vrouw vallen om te zien wie het zwaarst is, hoe sneller de vrouw piept, des te meer punten krijgt de zuster. Maar het ergst zijn nog wel de ‘behandelingen’ als een vrouw hysterie vertoont (al dan niet uitgelokt door het gedrag van de zusters):

Wat ik me het best herinner is het houten raamwerk waar ze mijn armen en benen aan vastbonden, en het geknars toen ze het ophesen en boven het water hingen, en het geschommel toen ik me probeerde los te rukken uit de riemen.

Daarna herinner ik me de val toen ze het touw lieten schieten – de schok toen ze het tegenhielden – het ijskoude water dat zich boven mijn gezicht sloot, dat in mijn mond en neus drong toen ik naar adem snakte – de zuiging van het water toen ik hoestte en proestte.

Uit: Vingervlug, bladzijde 452

Lezen want dit verhaal laat zien hoe het voor meisjes in de 19e eeuw is om op te groeien – de een in rijkdom en de ander in armoede, maar geen van beide heeft het echt goed. In het gesticht wordt het er niet beter op en het verhaal laat dan ook zien hoe slecht het er in die tijd in een gesticht aan toe kon gaan. Tenslotte is de plottwist in dit verhaal geweldig.

Een onfortuinlijke geschiedenis

Grace Hitchcock, 2021, ISBN 9789029730082

Edith is een excentrieke jongedame die houdt van schilderen, schermen en fietsen. In het New York van 1887 wordt zij dan ook vaak raar aangekeken. Ediths oom, die haar voogd is totdat Edith de leeftijd van 25 jaar bereikt, gebruikt dit gegeven om Edith te laten opnemen in een psychiatrisch ziekenhuis. Het is de enige manier waarop hij de enorme erfenis in handen kan krijgen en hij aarzelt dan ook niet om haar gek te laten verklaren en haar af te laten voeren naar het gesticht.

Het gesticht laat de vrouwen slechtzittende jurken dragen, die te dun zijn om hen tegen de kou te behouden en te kort zijn om als fatsoenlijk door te gaan. Het eten is er slecht. Zo is het brood zo oud en hard, dat de vrouwen het alleen kunnen eten door het eerst in de smakeloze thee te weken. De zusters zijn wreed en slaan de vrouwen regelmatig. Daarnaast zijn er behandelingen in de grijze kamer, waar de vrouwen verward vandaan komen.

Haar blik bleef rusten op een grijze metalen trog, dit tot de rand toe vol water zat. Er dreven grote blokken ijs op het wateroppervlak. Haar adem stokte toen ze zag wat er naast de trog stond: een houten kooi, zo groot als een doodskist.

Uit: Een onfortuinlijke geschiedenis, bladzijde 233

Lezen want dit verhaal laat zien dat liefde alles overwint. Dat deel van het verhaal is misschien wat zoetsappig, maar dat biedt ook weer tegenwicht aan de verschrikkingen die Edith in het gesticht meemaakt. Edith is daarbij een fijn personage, ze laat zien dat ook in de 19e eeuw vrouwen sterk en eigengereid konden zijn.

Een korte vergelijking

De drie verhalen spelen zich in verschillende landen af (Nederland, Engeland, Amerika), toch zijn de omstandigheden in de verschillende gestichten vergelijkbaar. In de 19e eeuw waren er duidelijk veel misstanden in de psychiatrische instellingen. Alle drie de vrouwen kregen te maken met slecht eten, slechte kleding en wreedheid van de zusters. De zogenaamde behandelingen zijn heftig en zorgen ervoor dat, als de vrouwen al niet gek waren, ze dat wel snel zullen worden.

In De engelen van Elisabeth en Vingervlug wordt het gebouw vergeleken met een gekke dame zelf, terwijl in Een onfortuinlijke geschiedenis het gebouw er juist fraai uitziet, waardoor Edith even in de veronderstelling is dat het leven in dit gesticht zo slecht niet kan zijn. Daar komt ze gauw op terug.

Vingervlug en Een onfortuinlijke geschiedenis draaien niet alleen om het laten zien van hoe slecht het leven in het gesticht is, ze draaien beide ook om het vertellen van een liefdesgeschiedenis. Een andere overeenkomst tussen deze twee boeken is, dat je zeker weet dat het personage ten onrechte opgenomen is in het gesticht. Bij Elisabeth vraag je je lang af of ze nu wel of niet terecht opgenomen is. Dat doet er eigenlijk ook niet toe, want De engelen van Elisabeth is vooral bedoeld om de misstanden vanuit een jonge, arme vrouw te vertellen. De schrijfster baseerde zich hierbij op het verhaal van undercover journaliste Nellie Bly. In Een onfortuinlijke geschiedenis komt deze journaliste ook daadwerkelijk als personage in het verhaal voor.

Dankzij haar verhalen zijn diverse misstanden aangepakt. Gelukkig maar. Want deze drie boeken hebben laten zien hoe verschrikkelijk het leven in een gesticht was.

Een reactie

  1. Monique zei:

    Alle drie de boeken vind ik duidelijk en goed omschreven. Het dolhuis is geen
    makkelijk onderwerp maar mijn interesse is gewekt en ik ga zeker iets uit dit lijstje lezen.

    2 maart 2021
    Antwoord

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *